Projectie maakt waarneming.

“Projectie maakt waarneming.” (Eciw T.13.V.3-5)

Wij bevinden ons hier op Aarde in een leerweg om te ontdekken wat onvoorwaardelijke Liefde is en om dat doel te bereiken gaan we door een ogenschijnlijk tegendeel van Liefde, namelijk angst en zijn we ‘vergeten’ wie wij zijn.

Deze leerweg is heel vernuftig opgezet en feitelijk kan je het niet verkeerd doen, maar het vraagt wel van je dat je bereid bent om anders naar de wereld te kijken.

en gaan zien dat de beelden die jij buiten jezelf ziet, te maken hebben met een oordeel of zelfveroordeling die in jou leeft en die jij naar ‘buiten’ toe projecteert.

“Projectie maakt waarneming”, (Eciw.T13.V.3-5) en wat we in eerste instantie niet zien is dat dit in feite een optimale kwaliteit is om tot bewustwording te komen, mits je daartoe bereid bent om je ‘gelijk’ op te geven en te gaan luisteren naar je Innerlijke Stem, ofwel de Heilige Geest in ons.

Als je deze weg bewandelt ga je zien dat het van je vraagt dat je uitsluitend illusies opgeeft over een illusoire werkelijkheid en dat al de levenservaringen waar je doorheen gaat, er toe dienen om je Thuis te brengen, in de Liefde verbonden met God.

En daar gaat deze column over.

Hoe komt waarneming tot stand.

Dat wat we ‘zien’ noemen met de ogen van het lichaam, zijn feitelijk geprojecteerde beelden vanuit ons innerlijk referentiekader. Het is bijna niet voor te stellen, dat alles wat we zien, aangeleerde beelden zijn vanuit ons verleden, die in ons geheugen liggen opgeslagen en dat we constant deze beelden ‘buiten’ ons zien en het vanzelfsprekend vinden dat we dit ‘zien’ noemen.

In onze ontwikkelingsweg hier op Aarde, worden we vanaf onze geboorte ‘gevoed’ door opnames van beelden buiten ons. Zo vanaf 2 á 3 jaar vangt de ontwikkeling van de ego-opbouw plaats.  Vooral hoe de ego-persoonlijkheid van het kind, zich in deze leeftijd , zich zo sterk kan manifesteren in al zijn ‘ongepolijste’ vormen. Het kind  is op die leeftijd nog ongebreideld in zijn uitingen, uitbundig in zijn levenslust, zowel qua agressie als in zijn enthousiasme en in zijn schaterlachen.  Het is letterlijk, ‘Jantje lacht en Jantje huilt’.

Deze ongebreidelde uitingen worden door de ‘opvoeding’ aan banden gelegd en bepaald gedrag wordt beloont en ander gedrag wordt afgekeurd. Zo leert het kind, wat welgevallig is in de ogen van de ouders en waarin hij of zij zich leert ‘aan te passen’. Dat wat we ‘aanpassing’  noemen, is feitelijk het ontstaan van bepaalde zelfveroordelingen, die wij in onszelf ‘opslaan’. Ofwel, waarin we onszelf gaan afkeuren, op basis van wat we zien als ‘veroordelingen’  door de opvoeders.

Om de ‘liefde’ van de ouders te behouden, gaan we ons zelf als overlevingsstrategie aan passen aan de omgeving en ‘keuren’  we onszelf af.

Zelfveroordeling als basis voor onze waarneming.

Op het moment dat we een frustrerende gebeurtenis in onze jeugd meemaken, doen we als kind allemaal hetzelfde. We keuren onszelf integraal af met de gedachte ‘ik bén fout’. Kennelijk is er iets fout met mij. Volgens het boek “Jij bent God” (Gaastra-Levin “Je bent God”, sectie C. p 103) keuren we het vrouwelijke aspect  af van onze Goddelijkheid, het gevoel van er mogen zijn. We doen dat als kind zijnde, omdat we daarmee grip denken te kunnen krijgen op de situatie, want dan kunnen we er iets doen. Zo komt het dat we sterk gaan overcompenseren, ons best gaan doen, perfect willen zijn en geen fouten meer mogen maken.

We willen het oplossen vanuit onze ego-persoonlijkheid en zien niet in dat dit niet werkt. Later in ons leven blijkt vaak dat het om een hardnekkig proces gaat, wat we niet zomaar kunnen opgeven, we identificeren ons met het slachtofferschap dat we als kind op ons namen. We zijn  ‘iemand’ door ons lijden, onze identiteit hangt er mee samen.

Deze zelfveroordeling brengt een heel scala van overlevingsstrategieën teweeg, hoe wij de wereld om ons heen zien en daarnaar handelen, feitelijk zou je kunnen zeggen, dat je wereldbeeld en je handelen daarin wordt bepaald door de zelfveroordeling uit je jeugd.

De dualiteit als leerweg.

Met de zelfveroordeling verliezen we het contact met onze Goddelijkheid, en vergeten dat we Liefde zijn en in Eenheid met elkaar verbonden . We identificeren ons met ons lichaam en komen in de wereld van goed en kwaad, de ego-wereld van de dualiteit. Dat is een noodzakelijk en natuurlijk onderdeel van onze leerweg hier op Aarde, eerst moeten we onszelf als een afgescheiden individu gaan zien en ons verbinden met de materiële dimensie. Het menselijke ervaringsproces met al zijn lijden en pijn is een inspiratie bron om uiteindelijk terug te keren naar onze Innerlijk Zelf

We spelen hier een Goddelijk Spel, waarbij we ervoor kiezen te vergeten wie we zijn om door middel van de heilige omweg van de angst die ons uiteindelijk het inzicht geeft dat we onze Bron nooit verlaten hebben. Hierin leren we te onderscheiden wat nu werkelijk waardevol is en wat waardeloos en gaan inzien dat niemand hier ooit fout is geweest, maar dat we ons alleen hebben vergist.

Vergeving als sleutel tot Geluk.

Hierin is vergeving de sleutel, waarin vergeving ons laat zien dat wat we dachten dat de ander ons heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden. Op Essentieel niveau kan je niet gekwetst worden,  noch lijden.

We bevrijden onszelf als we de verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen keuzes om onze schaduwkant uit te leven, in samenhang met onze zielsgenoten die ons hierbij behulpzaam zijn. Dit vraagt compassie en liefde voor onszelf en voor onze medemens, die dit samen met ons hebben neergezet. Dat is wat vergeving ons laat zien.

Het innerlijk Getuige Bewustzijn.

Als we vergeving gaan toepassen verschuift ons waarnemingsniveau vanuit het ego-denken naar ons Hart, naar ons Innerlijk Zelf, daarin gaan we zien dat dit een projectie is van onze eigen zelfveroordeling die we gespiegeld zien onze naaste. In onze aardse weg zijn we steeds tegelijkertijd verbonden met die twee niveaus, dus met ons ego-bewustzijn en met ons Getuige  Bewustzijn, de Heilige Geest. Hierin zien we dat we steeds een keuze hebben, om ofwel onze ego-waarneming te corrigeren en onze vergissing in te zien, of te blijven steken in ons slachtofferschap.

Vandaar uit gaan we zien dat de ander ons niets aan doet, maar ons een spiegel voor houdt en vanuit ons Innerlijk Getuige Bewustzijn, zien wij dat wij ons vergissen en de Liefde nooit verloren hebben. Deze openbaart zich in de Stilte van ons Hart, die als een Stil Getuige Bewustzijn, in ons aanwezig is om ons te begeleiden op onze weg naar de Innerlijke Vreugde. Daarin zijn we Thuisgekomen vanuit Nooit Weggeweest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie