Aanwijzing voor het lezen van een Cursus in Wonderen.

Aanwijzingen en aanknopingspunten voor het lezen en bestuderen van de Cursus in Wonderen (CIW).

Inleiding.

Uitgangspunt bij het lezen en bestuderen van de Cursus is dat de CIW niet een ‘normaal’ studieboek is waar je iets leert, maar de bedoeling van de CIW is dat je iets ‘ontleert’.

Het vraagt van ons om een geheel gedachtestelsel los te laten, dat erop gebaseerd is dat jij je als ego-persoonlijkheid indentificeert met dat je een lichaam c.q. persoonlijkheid bent, die zich afgescheiden van alles staande houdt in een wereld van tekort en aanval en geweld. Dit afgescheiden wezen wordt geboren, heeft een aardse overlevingstocht en sterft.

Dit gedachtestelsel oftewel het ego is een illusie en weerhoudt ons om in contact te komen met wat onze werkelijke Identiteit is namelijk een onsterfelijk geestelijk wezen (Zoon van God) verbonden in Eenheid met Zijn Schepper, verbonden met  God.

De CIW heeft niet als bedoeling om te informeren maar om te transformeren. De gehele opzet is erop gericht om dat deel van onze (denk)geest, dat zich met bovenstaand gedachtestelsel heeft geïndentificeerd om te zetten, te transformeren naar een totaal andere visie op de Werkelijkheid.

Het is een spiritueel boek, geen theologische verhandeling, het legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. (Voorwoord.ix). En voorts: ’ Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2.5.)

Het Cursusboek bestaat uit drie delen;

De Cursus behandelt universele spirituele thema’s. Jezus als auteur van de Cursus benadrukt daarin dat het slechts één versie van de universele leerweg is. ‘Er zijn vele andere, en deze verschilt alleen in vorm. Zij leiden uiteindelijk allemaal tot God’ (Voorwoord ix).

1)
 Het Tekstboek , dit is grotendeels theoretisch van aard en zet de concepten uiteen waarop het denksysteem van de Cursus in gebaseerd. Deze ideeën bevatten de grondslag voor de lessen van het Werkboek. Het is de theorie van het tekstboek en de praktische toepassing van het Werkboek die het geheel tot een concensieus en uniek transformatie-werkboek maakt.

2)

 Het Werkboek bevat 365 lessen, één voor elke dag van het jaar.

3)

Het Handboek voor Leraren, dat in een vraag-en-antwoordvorm is geschreven, geeft antwoord op enkele van de meest voor de handliggende vragen. Het bevat tevens een verklaring van een aantal termen die de Cursus gebruikt.

Tenslotte wordt in het voorwoord opgemerkt: “De Cursus pretendeert niet ultiem te zijn en evenmin zijn de werkboeklessen bedoeld om de leerweg van de student tot een voleinding te brengen. Aan het eind wordt de lezer overgelaten aan de zorg van zijn of haar eigen Innerlijke Leraar, die heel het verdere leerproces zal leiden zoals Hij het juist acht.”

1 Aanwijzingen bij het bestuderen van de CIW.

De Cursus in Wonderen houdt in dat je een student bent van een Cursus en dat betekent dat je studeert.

Studeren bestaat uit een serieus, gedetailleerd onderzoek naar iets Het veronderstelt lezen en opnieuw lezen.

Het veronderstelt discipline en een doorzettingsvermogen om steeds opnieuw een zienswijze te willen onderzoeken die weerstand oproept voor je ego-persoonlijkheid en zogenaamde  risico’s vraagt, doordat het de zienswijze hoe jij jouw wereld ziet, op z’n kop zet.

Het studeren en deze theoretische benadering geeft de indruk van een ‘intellectuele trip’ en dat deze je weghoudt van een ‘universeel’ ervaren waar de Cursus je naartoe zou leiden.

De rol van studeren.

Echter de Cursus maakt geen onderscheid tussen voelen en denken, ofwel het Hoofd en het Hart en ziet deze niet als tegenstelling, maar als een eenheid.

De Cursus geeft juist aan dat een intellectuele activiteit als studeren beslist niet een belemmering vormt voor een spirituele ervaring doch juist als een opening fungeert voor het naar binnengaan van deze Ervaring.

De Cursus geeft daarin aan: ”Een ongetrainde denkgeest kan niets tot stand brengen.” (W.In.1.3.) en in de openingszin van het Werkboek wordt gezegd: ”Een theoretische fundering, zoals het Tekstboek die verschaft, is als een kader noodzakelijk om de oefeningen in dit Werkboek zinvol te maken.”(W.In.1.1.)

Het Tekstboek fungeert dus als fundament voor het Werkboek en bestudering van de Tekst is noodzakelijk om de oefeningen (werkboeklessen) in het werkboek praktisch te gaan ervaren. Zonder de theorie zouden de lessen los komen te staan van hun bedoeling.

Uiteindelijk leidt de Cursus tot het direct kunnen ervaren van God. Dit wordt een Openbaring genoemd. De Cursus maakt een verschil tussen een Openbaring en een Wonder. In het Tekstboek in de paragraaf Openbaring, Tijd en Wonderen, wordt het verschil uitgelegd. (T.1.II.7.1.t/m6)

De Cursus ziet als meest fundamenteel probleem hoe wij de werkelijkheid waarnemen. De wijze waarop wij waarnemen is de basis van ons lijden, omdat waarneming onze emoties teweegbrengt.

De manier waarop wij de wereld om ons heen waarnemen bepaalt onze emotionele ervaring. Waarneming is hoe wij vanuit onze interpretatie de bedoeling c.q. de betekenis van iets ‘zien’.

Onze ogen laten ons slechts vormen en beelden zien, die op zichzelf geen emoties teweegbrengen, echter een deel van de (denk)geest interpreteert waar deze vormen voor bedoeld  zijn.

De Cursus geeft aan dat de wereld niet de oorzaak is van ons lijden, doch dat dit het gevolg is van de wijze waarop wij de wereld waarnemen, door ons geloof in onze eigen overtuigingen en deze ‘buiten’ ons geprojecteerd te zien en niet te zien dat we zelf deze projectie maken.

Met andere woorden, zegt de Cursus, wij leven in een droom en zijn ons niet bewust, dat we dit zelf doen. Het gaat erom wakker te worden uit deze droom.

De Cursus stelt dat we verschillende keuzes kunnen maken om van een en dezelfde situatie verschillende interpretaties te maken. Deze interpretaties kunnen daardoor variëren van heftige angsten tot opperste vreugde afhankelijk van hoe wij kijken. Zien we vanuit angst of bezien we de wereld vanuit Liefde.

Het onderwijs van de Cursus is erop gericht om een andere keuze te maken.

Dit onderwijs is erop gericht om de inhoud van wat we gewoonlijk waarnemen om te zetten met behulp van de Innerlijke Leiding ofwel de Heilige Geest in een nieuwe Waarneming. Dit noemt de Cursus een Wonder. De Cursus spreekt over Ware en Onware Waarneming en een onjuiste en een juiste gerichtheid van Denken.

De Cursus is erop gericht om die concepten en ideeën aan te reiken die een transformerende functie hebben.

Het doet ons uitstijgen boven wat wij als gewoonlijk ervaren en brengt ons naar een staat van spiritueel bewustzijn.

De concepten die de CIW gebruikt zijn om die reden buitengewoon praktisch. Alles is erop gericht om onze denkpatronen om te zetten tot Ware Waarneming.

Door deze scholing worden we in staat gesteld om nieuwe keuzes te maken in plaats van de oude steeds te herhalen.

De noodzaak om tot een nieuwe manier van lezen te komen.

Het lezen van de Cursus roept gemiddeld bij de cursisten een grote weerstand op. De grote klacht van diegene die de Cursus lezen is dat de taal buitengewoon moeilijk en weinig toegankelijk is.

Echter de Cursus is op een unieke wijze geschreven en dat heeft een bedoeling.

Het vraagt van ons om het op een nieuwe manier te leren lezen. Het vraagt om een totaal andere houding. Het vraagt om een houding van ‘invoelen’ van wat bedoeld wordt en achter de symboliek van de woorden te gaan voelen. De Cursus zegt “Woorden zijn symbolen van symbolen.”

Voorts is de Cursus in een christelijke terminologie geschreven. Dit geeft eveneens voor velen die een christelijke achtergrond hebben weerstandsgevoelens. Zelfs voor diegene die deze achtergrond niet hebben roept het weerstand op, daar we allen verbonden zijn met een eeuwenlange christelijke/joodse cultuur.

Hieronder kom ik op dit punt nog terug.

De unieke stijl van schrijven van de Cursus.

De CIW is op een manier geschreven die met niets anders te vergelijken is. Het heeft een geheel eigen stijl. Het is een stijl die zich er niets van aantrekt hoe wij gewend zijn dat er geschreven wordt.

Deze stijl  is zodanig dat we het soms als gekmakend ervaren. Doch deze ‘gekte’ heeft een diepere bedoeling.

Om toch op een vruchtbare manier te kunnen studeren is het zinvol om in contact te komen met deze unieke opzet en te weten wat de specifieke bedoeling hiervan is.

Er zijn drie verschillende aspekten die deze opzet kenmerken.

Symfonisch en holografisch in plaats van lineair.

Gewoonlijk is een studieboek op een lineaire wijze geschreven. Dat houdt in dat het begint met een eenvoudig en fundamenteel concept c.q. these en dit wordt uitgebouwd naar een meer complex en analytisch concept wat weer toewerkt naar een afronding of conclusie.

Als zodanig heeft het voor ons een soort logische gedachtegang van elkaar opeenvolgende gedachten en ideeën.

De stijl van de Cursus is totaal anders. De Cursus is, zoals Ken Wapnick het voor het eerst constateerde, symfonisch geschreven.

Net zoals bij een symfonie, introduceert de Cursus thema’s, laat deze weer los en her-introduceert ze opnieuw, zet ze opnieuw in een kader, ontwikkelt ze en verweeft ze met andere thema’s.

In elke sectie van het boek kan er letterlijk een dozijn thema’s actief zijn, die onderling met elkaar verweven zijn en soms met een overvloed van duizelig makende bedoelingen.

Deze stijl roept op dat men soms door de bomen het bos niet meer ziet, hetgeen gemakkelijk tot frustratie en verwarring kan leiden.

Deze opzet van het door elkaar ‘weven’ van de thema’s kan ervoor zorgen dat het Tekstboek wordt ervaren als een dolgedraaide, hotsebotsende trein van niet met elkaar verbonden ideeën,  een trein die zijn ‘spoor’ verliest en zo ronddwaalt in eindeloze cirkels die zich steeds weer herhalen.

Bovenstaande kan als resultaat hebben dat het lezen van het Tekstboek als gekmakend en slaapverwekkend ervaren wordt.

De ervaring van cursisten is dat men na het lezen van een aantal pagina’s zich niets meer  herinnert van wat er gelezen is.

Het roept uiteindelijk op om in frustratie te zeggen: ‘Waarom is dat op zo’n vreselijke en kronkelige manier geschreven en waarom is het niet concreet en helder?’

Wat er gebeurt met het lezen van de Cursus is dat we geconfronteerd worden met een ego- gewoonte van het lezen van een boek met een lineaire opzet met een plot, een analyse en een conclusie. Het druist in tegen alles zoals jij gewend bent hoe een boek geschreven dient te worden en je voelt je gefrustreerd naar de auteur die zo ‘moeilijk’ doet om iets te beweren en niet tot een ‘point’ komt.

Deze opzet echter is juist zo opgezet om ons ego-denksysteem te ontregelen. Het dwingt je om met geheel andere ogen naar de tekst te kijken en te gaan zien dat het niet zozeer de woorden zijn die jou iets moeten gaan zeggen, maar de woorden achter de woorden, ofwel de ‘gevoelswaarde’ of diepere spirituele betekenis van hetgeen gezegd wordt.

Je kan niet zomaar doorlezen, het dwingt je tot een gecontreerd ‘lezen’ met je hoofd en je hart samen. Als het ware de tekst proeven en herkauwen en de samenhang gaan zien met wat je een paar alinea’s daarvoor gelezen hebt of een hoofdstuk ervoor of erna.

Het dwingt je te ‘onthaasten’ in het lezen. Jij bent niet diegene die kan bepalen wat er staat, het wordt je aangereikt vanuit een diepte waar je geleidelijk aan naar toe gevoerd wordt in een steeds weer herhalend en met elkaar verweven patroon.

Het is werkelijk een Symfonie. In zijn opzet is het een prachtig muziekstuk, een dans van woorden, die met zijn allen de glorie en de her-innering van Wie jij in Werkelijkheid bent,  wakker wil maken en  het uit- en toe wil zingen.

Het vraagt steeds opnieuw om een bereidheid, een overgave aan een Hogere Leiding. Het vraagt om geduld naar je persoonlijkheid toe, die zich steeds afvraagt waar dit toch over gaat en waar dit naar toe leidt en zeg me nou maar wat je bedoelt, dan weet ik het en kan ik overgaan naar de orde van de dag. Het is gewoon een lastig boek voor het ego.

Dat wil snel resultaat en vindt het ‘ingewikkeld’.

Door de herhaling van de thema’s worden ze verrijkt en verzinken dieper in ons bewustzijn.

Zoals in een symfonie worden bepaalde thema’s steeds weer opnieuw herhaald. Toch is het niet uitsluitend herhaling, want dat zou saaiheid teweegbrengen. Doch elke keer als er een thema opnieuw tevoorschijn komt, wordt het geplaatst in de context en in relatie met een nieuw aspect. Dit geeft een uitbreiding en verdieping aan het thema.

Bijvoorbeeld zoals het begrip Vergeving wordt gerelateerd aan tijd, het lichaam, aan het Heilig Ogenblik, aan wonderen, aan de speciale relatie enzovoort, groeit het in helderheid en wordt het begrip Vergeving steeds meer verdiept en dringt steeds dieper ons bewustzijn binnen.

Deze steeds weer herhalende, verdiepende cirkelgang van met elkaar verweven thema’s als een soort spiraalvormend doolhof, trekt ons steeds dieper naar het centrum van de Gedachte, waaraan een rijkdom van ideeén zijn verklonken.

Tegelijkertijd volgt onze geest als de spiraal doordraait, andere aangeraakte punten, die met elkaar onze geest doet verrijken en steeds meer bekend geraakt en in contact komt met de  totaal verbonden Kern of Hart van de Gedachte van de Cursus.

De onderlinge verwevenheid verrijkt zowel de specifieke passages als het totale gedachtepatroon.

De onderlinge verwevenheid maakt uiteindelijk de diepere bedoeling steeds duidelijker.

Dit doet het op drie manieren:

Ten eerste; telkens wanneer een eerdere discussie terugkomt en verwijst naar een eerdere passage, wordt het gehele gedachtegoed van deze discussie meegenomen in de lopende passage en wordt daardoor meer betekenisvol.

Ten tweede verkrijgt de vorige passage meer betekenis en helderheid. De verwevenheid kan een antwoord geven op een vorige passage.

Ten derde maken deze verbindingen dat de Cursus verschijnt als een geünificeerde eenheid, die als een krachtige leeservaring functioneert.

Als je deze eenheid gaat zien, in plaats van een serie van duizelig makende, niet met elkaar verbonden waarheden, dan wordt het een netwerk van een diep met elkaar verbonden waarheid.

De onderlinge verwevenheid laat ons een idee zien hoe de ene gedachte verbonden is met de andere; een ontvouwend, samenhangend geheel vormend en hoe het gehele systeem weer verbonden is met elke alinea.                            

Zoals de Cursus is opgezet als een symfonie, is het geheel subtiel ingevoegd in elk onderdeel. Bijvoorbeeld wat betreft het begrip Vergeving. Als je dit diep wil onderzoeken, dan zul je zien dat het de onwerkelijkheid van het lichaam inhoudt, de eenheid van de (denk)geest laat zien en de fixatie van het ego op het verleden, enzovoort.

Het wil zeggen dat Vergeving deze gedachten ten alle omvat. In het enkele idee van Vergeving omvat dit het gehele Cursusgedachtenstelsel.

En dit geldt voor elk begrip in de Cursus, elk begrip is impliciet deel van het Geheel.

De Cursus is holografisch.

Net zoals in een hologram, vormt elke alinea, een deel van het grote geheel en is in zichzelf compleet.

Vooral het Werkboek is als zodanig samengesteld. De meeste werkboeklessen zijn kort en vormen tienlettergreep-zinnen: “Elk bevat het gehele leerplan”(W.pl.r.VI.IN.2.2.).

Deze holografische en symfonische stijl vormt tezamen een systeem waarin elke passage en elk begrip is opgenomen in een laag op laag, en in een dooreengeweven web van aanwijzingen, waarin de aangeboden bedoeling van het geheel als wijn wordt uitgeschonken over elk deel. 

Zodra je gevoelsmatig meer in contact komt met deze symfonische en holografische stijl, gaat het in werkelijkheid meer voor je leven en realiseert men zich steeds meer hoe elk deel en elke paragraaf en alinea werkelijk een symfonie van betekenissen is en hoe daarin een grote samenhang zit.

2 Zoek transformatie in plaats van informatie.

Een gewoon studieboek tracht te informeren en te instrueren om iets nieuws aan te leren.

Het Tekstboek van de Cursus tracht dit eveneens. Het Tekstboek tracht ons een intellectueel concept van ideeën aan te reiken. Echter de Auteur van de Cursus wil niet alleen ons een aantal intelligente concepten aanreiken, doch Hij wil dat we deze concepten zo diep mogelijk doorgronden en doorvoelen, zodat daardoor ons mentaal en emotioneel systeem fundamenteel getransformeerd wordt.

Hij wil dat onze geest in beweging komt en onze basishouding ten opzichte van de werkelijkheid totaal omgeturnd wordt. Hij wil ons een geheel nieuwe visie geven ten opzichte van dit alles.

Dit is Zijn idee van ‘onderwijzen’.

Om dit te bewerkstelligen maakt Jezus gebruik van deze symfonische en holografische stijl. Dit is niet slechts een schrijfstijl om ideeën te presenteren, doch eveneens een kunstvorm.

En kunst is meer ontworpen om onze vastgeroeste persoonlijkheid op een dieper niveau te raken dan slechts intellectueel aan te spreken. Vanuit de Cursus wordt kunst een gereedschap om de geest van de studenten in beweging te brengen en ze naar een nieuw standpunt te laten groeien over wat de werkelijkheid is.

Zelfs de totale opzet van het Gedachtesysteem van de Cursus bevat dit artistieke element, want zijn abstract en verheven systeem is niet geconstrueerd vanuit droge en levensloze termen, maar er wordt op een aansprekende manier over God, het ego, de Heilige Geest gesproken.

We lezen over plaatsen zoals de Hemel, de werkelijke wereld, de grazige weiden voor de Poorten van de Hemel. Er worden visuele beelden aangegeven zoals het Gezicht van Christus, de Grote Stralen, schaduwfiguren, doornen en lelies.

Deze artistieke elementen worden nog meer bevorderd doordat een groot gedeelte van de Cursus is geschreven in een jambisch, pentameter ritme, in een Shakespeariaans versritme.

Dit shakespeariaans jambische versritme houdt in dat elke zin uit tien lettergrepen bestaat.. Deze worden opgedeeld in vijf ‘blokjes’ van elk twee lettergrepen. Bijvoorbeeld “I will. not fear. to look. within. today.”(werkboekles 309).  Dit jambische ritme werkt vooral sterk in het Engels. 

Het geeft een zekere cadans aan de zin, waardoor deze als een soort dichtvorm gaat werken en beter beklijfd.

Je zou kunnen zeggen dat Jezus alles aangrijpt om onze verstarde gedachtepatronen om te zetten en ons een geheel nieuwe visie op de werkelijkheid aan te reiken.

Hij spreekt ons dan weer aan als een oudere broer, dan neemt hij de gedaante aan van een

een leraar, een therapeut of coach, een dichter, een vriend of een spirtitueel Meester.

Voorts tracht Hij ons te overtuigen, doet een emotioneel appèl op ons, doet beloftes, bemoedigt en stelt vertrouwen in ons, stelt gerust, stimuleert, spreekt je letterlijk persoonlijk aan en is heel uitgesproken in zijn visie.

Hij weet op een eindeloze wijze steeds opnieuw in andere bewoordingen ons kenbaar te maken, dat we ons vergissen in wie we denken te zijn en ons op te roepen te her-inneren Wie we in Werkelijkheid zijn.

Hierin is Hij heel mild en liefdevol, eindeloos geduldig om het ons steeds opnieuw helder te maken, ons te inspireren, waardoor je je echt door Hem aangesproken voelt en begeleid voelt in een op hart niveau voelbare onvoorwaardelijke Liefdesrelatie.

3 De Cursus geeft bekende termen een nieuwe betekenis.

Zoals hierboven reeds aangegeven is de Cursus in een christelijke terminologie geschreven.

Jezus kiest ervoor om in dezelfde terminologie te spreken, zoals Hij dat tweeduizend geleden heeft aangereikt, in wat we nu noemen de christelijke terminologie met al zijn verwevenheid en beladenheid van een cultuur van tweeduizend jaar, waarin begrippen als God, God de Zoon en de Heilige Geest, synoniem zijn geworden met een instituut als De Rooms Katholieke Kerk, met al haar scheuringen en andere kerkelijke instituten, die hun eigen interpretaties hebben gegeven op God, de Schepping, etc.

De Cursus c.q. Jezus wil deze christelijke termen een nieuwe, of misschien beter gezegd,  authentieke betekenis geven, zoals ze indertijd al door Hem bedoeld zijn geweest.

En dit geldt voor zijn gehele boodschap. Centraal staat hierin dat wij Zoon van God zijn en God is onze Schepper. God is Liefde en wij als Zijn Schepping, zijn aan Hem gelijk, ofwel Liefde. Zo eenvoudig is de boodschap, er zit geen millimeter tussen.

Aangezien wij zijn ‘vergeten’ wie we in werkelijkheid zijn en ons afgescheiden van onze Bron ervaren, wat in wezen niet kan, is vanaf het moment van afscheiding in ons de Heilige Geest aanwezig, die een brugfunctie vervult om ons weer terug te voeren naar God c.q. ons Zelf .

De Cursus wil ons dus weer in contact brengen met de ware betekenissen van al die woorden. In de loop van de eeuwen is onze geest in een verkeerde richting gestuurd, waarin we dachten de Liefde van God te kunnen verspillen, er sprake is van schuld, boete en straf, zonde, hel en verdoemenis.

De belangrijkste boodschap die Hij aanreikt is dat we ons vergissen en dat er van ons een geringe bereidwilligheid wordt gevraagd, om ons toe te wenden tot de Heilige Geest om weer in contact te komen met je Ware Wezen. Het vraagt om het niet zelf meer te willen weten. Hij vraagt om het over te geven en het jezelf te vergeven.

In overeenkomst met wat de Cursus bedoelt, neemt de Heilige Geest alle uiterlijke vormen en kwaliteiten die wij van deze termen gemaakt hebben over en geeft ze een nieuwe opzet en betekenis.

Echter, het is in eerste instantie verwarrend om met deze traditionele christelijke termen geconfronteerd te worden. Veel van de cursisten die een christelijke achtergond hebben, voelen weerstand en wellicht ergenis om opnieuw deze woorden tegen te komen.

Velen zijn soms met pijn en teleurstelling uit de tradionele kerk weggegaan en worden opnieuw geconfronteerd met termen, waar ze juist afstand van wilden doen of hebben genomen.

Het vraagt een stap van vergeving om over deze weerstand heen te kijken en contact te gaan maken met hoe de Cursus deze termen beziet.

En dan, als je bereid bent het werkelijk aan te willen gaan en bereid bent om het tot je te nemen, breidt je Wereld zich uit en groeit geleidelijk het besef van de Grootsheid die aangeboden wordt.

Zo is Jezus niet de Enige Zoon van God, Die voor de verlossing van onze zonden aan het kruis is gestorven, maar zijn wij allen de Zoon van God en Jezus is niet voor onze zonden aan het kruis gestorven, maar heeft ten uiterste willen laten zien dat een Zoon van God niet kan lijden en geen lichaam is. Het ging om de Opstanding.

Zo corrigeert de Cursus in het gehele boek allerlei misvattingen en eveneens interpretraties vanuit de Bijbel, die er in ons en onze cultuur zijn ontstaan.

Hoe de Cursus te bestuderen.

Wellicht heb je al een aantal pogingen gedaan om de Cursus te lezen en ben je daarmee gestopt, opnieuw begonnen, weer gestopt, etc.

Het vraagt een andere aanpak en wel deze: Lees het in eerste instantie oppervlakkig en daarna analytisch.

Oppervlakkig lezen.

Durf het gewoon aan om het gehele boek achter elkaar uit te lezen. Lees het gewoon door, ook al begrijp je hele stukken niet en komt er niet veel ‘binnen’, lees door en wat je begrijpt is meegenomen.

Het is belangrijk om niet te stoppen als je iets niet begrijpt. Als je dat doet kom je nooit door het boek heen.

Ook al heb maar een gedeelte van wat je gelezen hebt begrepen, dan is dat een mooi begin, het is beter dan het nooit te lezen.

Het Tekstboek bevat 669 pagina’s. Als je tien pagina’s per dag doet, ben je in 67 dagen door het Tekstboek heen, ofwel in ruim 2 maanden.

Lees elke pagina in 2 á 3 minuten. Het vraagt per dag niet meer dan een klein half uur lezen.

Het resultaat van dit doorlezen is dat je een indruk hebt van het gehele Tekstboek.

Het betekent dat je al een (oppervlakkige) indruk hebt van hoe het Tekstboek is opgebouwd en welke thema’s er steeds weer in terugkomen.

Als je de andere delen gaat lezen (het Werkboek en het Handboek voor Leraren) zal het eerste deel nog tamelijk fris in je geheugen aanwezig zijn. Door het geheel in een beperkte tijd door te lezen in plaats van over een lange tijd, geeft dat je een eerste -overall- indruk van de verschillende delen van de Cursus hebt en dat je er een connectie mee gemaakt hebt.

Als je eenmaal zo’n ‘doorleestrip’ hebt gedaan is de tweede stap, namelijk het analytisch lezen van elk deel, gemakkelijker.

Analytisch lezen.

Analytisch lezen vraagt gedetailleerd studeren. Het vraagt onderzoek en stelt vragen en zoekt antwoorden op die vragen.

Beide moet je zelf doen, dus zelf de vragen stellen en de antwoorden vinden.

Analytisch studeren vraagt tijd en vraagt om geduld, het vraagt om niet snel een antwoord te willen vinden, maar de tekst op je in te laten werken en te beseffen dat het er niet om gaat het boek ‘uit’ te krijgen of de plot te vinden.

Het vraagt om een houding van; er wordt mij iets heel wezenlijks aangereikt en ik ben bereid om daar vanuit een open houding naar te kijken, het op me in te laten werken, wat wordt er bedoeld, wat wordt er nou gezegd en kan ik eventueel een connectie leggen met wat hiervoor al gezegd werd, of kan ik het geduld opbrengen het nu nog niet te weten, maar dat het me aangereikt wordt als ik er voor open blijf staan, als ik wil blijven luisteren en ‘kijken’.

Kan ik zijn met dat ik het steeds opnieuw moet en wil gaan lezen en opnieuw ga lezen… en weer opnieuw, geen haast, in elke zin, in elk woord, elke alinea wordt het mij opnieuw aangereikt, kan ik de Waarheid door de woorden heen zien en voelen en kan ik zien wat dit voor mijn persoonlijk leven betekent.

En vooral, hoe pas ik dit toe in mijn dagelijks leven.

Kan ik zien dat ik met een persoonlijk transformatieproces bezig ben, in contact met een Wijsheid die geen enkel ander belang heeft dan mij weer terug te (willen) leiden, te willen laten her-inneren Wie ik in Wezen ben.

Geeft mij dat niet Vreugde, is er niet de Herkenning, is er niet steeds een Weten dat zegt: eigenlijk Weet ik dit, ik ben het vergeten, maar in mij weerklinkt het, ergens in mij is er een soort heimwee, een her-innering, naar dit zogenaamd Verloren Paradijs en dat wordt weer wakker gemaakt naarmate ik dieper in de Cursus en in connectie met Jezus deze weg loop.

Je voelt je weer thuiskomen. En naarmate je meer bereid bent om je over te geven aan de Cursus en aan dit Innerlijk Weten, voel je van binnen steeds meer de verbinding met de innerlijke Vrede toenemen.

Je bent thuis en je beseft dat je nooit weggeweest bent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.