Begeerteloosheid

Begeerteloosheid.

De term begeerte associeerde ik vooral met seksuele begeerte, echter in spirituele zin is begeerte het leidend beginsel in het leven van de ego-persoonlijkheid. Zijn hele leven is geënt op begeerte, ofwel verlangens.  Hij is altijd bezig met iets te verlangen. Wat er op dit moment is, is niet goed, er moet iets gebeuren om gelukkig te worden of andere verlangens van de persoonlijkheid.

In de meest radicale zin is verlangen de oorsprong van het ontstaan van de persoonlijkheid en de  geboorte op Aarde en komt voort uit het verlangen van de ziel om weer een incarnatietocht te realiseren teneinde nog niet geheelde pijn uit andere levens te willen helen.

Zoekt en Gij zult vinden.

Is er dan iets mis met verlangens, ofwel begeerte, of is het een belangrijk onderdeel van onze zoektocht hier op Aarde en ontkomen we niet aan verlangens. Ergens leeft er in ons een ‘stil’ verlangen naar de terugkeer naar God, dan wel naar Liefde. Het is een soort hunkering, die zich op ego-niveau uit in verlangens naar Liefde te verkrijgen van buiten, van iemand, van de wereld. In eerste instantie van onze ouders, vader en moeder en als we opgroeien uit het zich in verlangen naar de ‘juiste’ partner te vinden. Iemand die er voor jou is en geborgenheid, veiligheid en liefde biedt.

Deze ervaringsweg waarin verlangen van liefde van buiten ons, het leidend beginsel is, kan een lange zoektocht zijn. Niemand ontkomt aan die zoektocht en het is ‘bijna’ logisch dat deze plaatsvindt. In onze spirituele zoektocht zoeken we in eerste instantie buiten ons naar Liefde.

Waar het om gaat is dat we deze zoektocht beginnen met het willen oplossen van de ogenschijnlijke afscheiding van God, ofwel van de Liefde. We hebben iets verloren en trachten dat terug te vinden.

En hier valt de term begeerte op zijn plek, feitelijk overcompenseren we dit verlies in een zoeken naar het opvullen van dit zogenaamde verlies in allerlei materiële vormen, zoals onze begeerte naar rijkdom, roem, seks, gezien willen worden, in relaties,  et cetera. Uiteindelijk moeten we gaan zien dat al die verlangens het ultieme verlangen, of het ‘stille’ verlangen in ons Hart niet oplossen. Er blijft een soort leegte in ons voortwoekeren wat niet tot zwijgen gebracht kan worden, door de materiële overcompensaties.

Waardevol en waardeloos.

We trachten het gemis op te vullen door zaken buiten ons en zien steeds weer dat dit niet werkt. Zo lang je je nog geïdentificeerd voelt met het lichaam, met de vorm en daarmede ogenschijnlijk samenvalt, word je nog sterk geleid door al je zintuigen en het emotionele ego-denken.  Je kan je daar niet los van zien of voelen.

In Een cursus in wonderen wordt er een onderscheid gemaakt tussen zaken die waardeloos zijn en waardevol. Al ons zoeken naar Geluk of Liefde buiten ons, in de materiële wereld wordt gezien als waardeloos. Het is waardeloos in die zin dat je gericht bent of gehecht bent op het verwerven van materiële zaken die voortkomen uit het ego-verlangen naar liefde buiten zichzelf. En die zijn in de werkelijkheid zonder waarde.

Uiteindelijk brengt dit geen oplossing en is als het dempen van een bodemloze put. Er moet een andere weg zijn.

“De wereld die ik zie bevat niets wat ik verlang” (ECIW.W.128.)

”De wereld die jij ziet heeft jou niets te bieden wat je nodig hebt, niets wat jij op enigerlei wijze kunt gebruiken, en helemaal niets wat dient om jou vreugde te verschaffen. Geloof deze gedachte en het bespaart je jaren van ellende, ontelbare teleurstellingen en hoopvolle verwachtingen die tot bittere as van wanhoop vergaan” (ECIW.W.128.1.-2).

Zo, dat is heldere taal van de cursus. Er valt van de wereld niets te verkrijgen wat ons gelukkig maakt. Deze stap of keuze waar we steeds voor staan is dat we de oproep horen om onze aandacht naar binnen te richten, naar onze innerlijke wereld. We moeten gaan luisteren naar onze innerlijke Stem.

Als we bereid zijn naar binnen te gaan en contact te maken met de innerlijke Stilte en Ruimte, dan voelen we dat we verbonden zijn met deze onmetelijke ruimte van Stilte en Vrede.

Er valt niets te doen, om dit te bereiken, behalve de bereidheid om onze aandacht naar binnen te laten gaan en te voelen dat we daar verbonden zijn met innerlijke Vreugde.

”Het stille antwoord” (ECIW.H.27.IV.)

De cursus reikt aan dat Liefde niets te maken heeft met de vorm. Het is een innerlijke gesteldheid. “In stilte krijgen alle dingen een antwoord en wordt ieder probleem stil opgelost” (ECIW.H.IV.1),

Wat er wordt aangereikt is dat er feitelijk in de wereld geen antwoord is te vinden voor onze zoektocht naar Liefde en dat deze reeds is opgelost. “Dus moet het zo zijn dat tijd er niet bij betrokken is en dat ieder probleem nu kan worden beantwoord.” (ECIW.IV.27.2.1)

Het heilig ogenblik.

Daar waar we in essentie mee verbonden zijn en wat we in wezen zijn is de Stilte. Het stille bewustzijn, wat altijd is. Het eeuwige Nu, het heilig ogenblik. “Het heilig ogenblik is het tijdsinterval waarin de denkgeest stil genoeg is om een antwoord te horen dat niet in de gestelde vraag besloten ligt. Het biedt iets nieuws, iets anders dan de vraag. (…) In het heilig ogenblik kun je de vraag naar het antwoord brengen en het antwoord ontvangen dat voor jou werd gemaakt” (ECIW.H.27.IV.6.9.7.5).

Wat hierboven wordt aangereikt is dat er geen antwoord wordt gegeven op de vraag van de persoonlijkheid, maar dat er “iets nieuws” wordt aangegeven, een “antwoord dat voor jou wordt gemaakt.”, ofwel je hoort iets wat een andere kwaliteit heeft dan wat jouw persoonlijkheid wenselijk vindt. Het woord ‘stil’ is hier dan ook op zijn plaats, dat wat je ontvangt is van een andere orde, het is van een stille geestelijke inhoud, die in zich vervullend is en wat als Waarheid en Essentie aanvoelt en ervaart.

“Er wordt van mij geen offer gevraagd”. (ECIW.W.343.1)

Het opgeven van de begeerte, ofwel de verlangens, lijkt voor de persoonlijkheid een hele opgave, in de zin van ‘hoe kan ik dan zijn in de wereld’ als ik dit niet heb of ontvang. De persoonlijkheid ziet het als een offer om zijn verlangens of begeerte op te geven. Het gaat er ook niet om dat je die zaken niet mag verwerven die je nodig hebt voor je lichamelijk onderhoud, zoals een dak boven je hoofd en je kunnen voorzien van de dagelijkse behoeftes.

Waar het om gaat is dat je in ziet dat Geluk, Vrede, Liefde niet iets is wat je van buitenaf kunt verwerven. Zolang je je zelf identificeert met een lichaam, dan wel een persoonlijkheid, blijf je verbonden met een emotioneel verlangen om die zogenaamde innerlijke leegte op te willen vullen.

Het enige wat er van ons gevraagd wordt is de geringe bereidwilligheid om stil te worden en te luisteren naar ‘het stille antwoord’ in ons, dan is de vrede hervonden en zijn alle begeertes en verlangens opgelost. ”Er wordt van mij geen offer gevraagd om Gods genade en vrede te vinden”. (ECIW. W. 343.) Wij zijn altijd al in een staat van Genade.

 

 

 

 

 

Geef een reactie