Dat wat je in wezen bent is nooit geboren en gaat nooit dood.

Dat wat je in Wezen bent is nooit geboren en gaat nooit dood.

Geboorte en dood zijn onlosmakelijk verbonden met ons aards bestaan, de identificatie dat we een lichaam zijn is heel hardnekkig en vergt heel wat vergevingswerk en Inzicht om te gaan zien dat je niet een lichaam bent en dat je dat nooit bent geweest. Je maakt wel in dit aards ervaringsproces gebruik van een lichaam om door middel hiervan bepaalde zaken uit te willen werken. Daarvoor is het een optimaal leer instrument, maar je bent het niet.

Dat wat je bent is louter een geestelijk wezen van licht, puur energie, vrij en in Vrede en totaal verbonden met alles wat Is. 

In ons menselijk bestaan doen we ons best om die vredevolle staat te willen bereiken, maar dat wat je in wezen bent, bereik je echter alleen door al die gehechtheden van ons mens-zijn onder ogen te zien en los te laten, dan kom je in de Vrede van je innerlijk Zelf.

Uiteindelijk gaat het er om te gaan zien dat de afscheiding van God, dan wel van Liefde, nooit heeft plaatsgevonden en de Verzoening, oftewel het ongedaan maken van deze vergissing, gerealiseerd wordt door vergeving toe  te passen.

De betekenis van wonderen. (CIW.T.1.3).

Het eerste hoofdstuk van Een cursus in wonderen gaat over de betekenis van wonderen. Op zich al een wonderbaarlijke titel, alsof het doen van wonderen normaal is. In ons menselijk bestaan lijkt dat niet zo en wordt het doen van wonderen gezien als voorbehouden aan Heiligen. In de Bijbel leerden we dat Jezus  wonderen verrichtte toen Hij indertijd op Aarde leefde.

Echter wat de cursus ons voorhoudt is dat het doen van wonderen niet voorbehouden is aan Heiligen, maar dat dit de ‘normaalste zaak van de wereld is’. Feitelijk is de cursus één grote oproep om wonderen te verrichten. Als ik het simpel zeg, herstelt het wonder de onjuiste waarneming van ons ego-denken naar een juiste gesteldheid van wie jij en je naaste in de Werkelijkheid bent, namelijk louter geest en een wezen van Licht en Liefde.

In deze eerste paragraaf van de cursus worden vijftig verschillende principes van wonderen uiteengezet, ofwel wat een wonder op vijftig verschillende ‘manieren’ teweegbrengt in ons en onze naasten. Centraal staat daarin dat een wonder “de natuurlijke tekenen van vergeving” zijn. “Door wonderen aanvaard je Gods vergeving door die naar anderen uit te breiden.”(CIW.T.1.21.).

In feite laat Het wonder ons zien dat we niet een lichaam zijn, maar louter geest en het stelt daarin de geest centraal die aanwezig is het Innerlijke Hart, waaromheen het lichaam is opgebouwd. Wonderen laten ons zien wie jij in Werkelijkheid bent en dat het jouw weg is om steeds opnieuw Liefde en vergeving toe te passen in het contact met onze naaste.

Niet omdat je dan een goed mens wordt of bent, maar omdat wonderen leermiddelen zijn en dat het even zalig is te geven als te ontvangen. “ Ze vergroten de kracht van de gever en verlenen tegelijkertijd de ontvanger kracht” (CIW.T.1.16.1-2). Daarin laat het wonder zien wat Liefde is.

Waar de cursus toe oproept is om het doen van wonderen tot de normaalste zaak van de wereld te maken. Daaronder gaat eigenlijk een oproep schuil om Uw naaste lief te hebben gelijk Uzelf en te zien dat wij met z’n allen in gelijkheid , eenheid en heelheid verbonden zijn op weg naar bevrijding of verlossing.

In wezen is dit  het doel van hier op Aarde te verblijven, te leren altijd vergeving toe te passen, werkelijk Lief te hebben. Te gaan zien dat je een vergissing beging en je niet zag wie die ander werkelijk was, een Schepping van God, net als jij en iedereen.

De Afscheiding en de Verzoening. (CIW.T.2.).

De eerste twee hoofdstukken van de cursus zijn als het ware de basis van al de bouwstenen waarop de cursus is opgebouwd. Hierin wordt in het doen van wonderen de eerste steen gelegd.

Het tweede hoofdstuk reikt ons aan hoe de ogenschijnlijke afscheiding tot stand is gekomen. Omschreven wordt hoe God bij de schepping Zich in Zijn scheppingen uitbreidde met dezelfde liefdevolle Wil tot scheppen.

De cursus reikt aan dat je dit vermogen tot scheppen onmogelijk kunt verliezen, maar je kunt het wel oneigenlijk gebruiken. Dit oneigenlijke gebruik doet zich voor wanneer je gelooft dat er een gebrek of een leegte in jou is en dat je dit met je eigen ideeën denkt te kunnen opvullen. In de cursus wordt dit proces van de afscheiding in vier stappen omschreven:

  1. “Je gelooft dat wat God geschapen heeft, door jouw eigen denkgeest kan worden veranderd.
  2. Je gelooft dat wat volmaakt is, onvolmaakt of gebrekkig kan worden gemaakt.
  3. Je gelooft dat je de schepping van God, jouzelf inbegrepen, kunt misvormen.
  4. Je gelooft dat jij jezelf kunt scheppen en dat de richting van je eigen schepping door jou wordt bepaald.” (CIW.T.2.1.8-11)

Waar het op neer komt is dat de afscheiding vooral plaats vindt door de vereenzelviging met het lichaam en de daaruit voortkomende verlangens en het zich toe-eigenen van een eigen wil, los van God. Hieruit vloeit waarneming door projectie voort, ofwel de onjuiste gerichtheid van denken.

We zien dan de wereld vanuit de ogen van het lichaam en projecteren de innerlijke beelden die vanuit het verleden opgeslagen liggen in het geheugen op de ‘buitenwereld’ en zien dit als de werkelijkheid. Je beschouwt deze materiële wereld als het domein waaruit jij je geluk of de liefde kunt putten. In feite is het een illusoire wereld, een wereld van de droom.

De Verzoening.

Al onze pijn en lijden komen hieruit voort en we trachten dit eindeloos op te lossen door de ander, jezelf of de wereld de schuld te geven van jouw lijden. Uiteindelijk vormt het lijden echter tevens de inspiratie, veelal gepaard gaande met een innerlijke crisis, om te gaan zien dat er een andere weg moet zijn.

Dit vormt de oproep om te gaan luisteren naar jouw Innerlijke Stem en de bereidheid om met de hulp van de Heilige Geest te gaan vergeven. Dan ben je de weg naar de Verzoening opgegaan en ga je zien dat er geen offer wordt gevraagd of verlies wordt geleden, maar evolueer je van het ene naar het volgende niveau. Je corrigeert je misstappen uit je verleden en gaat op weg naar de innerlijke Vrede, die altijd al aanwezig was en is.

Uiteindelijk ga je zien dat je altijd al Vrij en in verbinding was en niets hoeft te doen om dit te bewerkstelligen, behalve de Wil van God te volgen en te zien dat jouw wil en Gods Wil hetzelfde zijn.

Dan zie je dat wat jij in Wezen Bent nooit geraakt of gekwetst kan worden en dat je dit proces samen doet met je zielsgenoten, waar je dankbaar voor bent dat je dit pad samen hebt gelopen en loopt.

Er is geen toeval en je ervaringsweg hier op Aarde is optimaal in wat er tussen jou en je naaste plaatsvindt als inspiratie tot ontwaken uit de droom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.