De basale vergissing

De basale vergissing.

Als we incarneren op Aarde zijn we nog verbonden met het gevoel van Eenheid. Een pasgeboren baby heeft, zolang de fontanel niet is aangegroeid nog een Open Blik, waar je in verwondering door geraakt kan worden.

Zo, na 1 á 1/1/2 jaar is de fontanel aangegroeid en start het ego-bewustzijn zijn werking, het begint zich dan te identificeren met een individu te zijn, met een eigen wil. Een bekend gezegde is over een kind van die leeftijd “Ik ben twee en ik zeg nee”. Kinderen in de fase tussen 2 en 4 jaar kunnen heel uitgesproken zijn in het uitoefenen van hun wil, halsstarrig en obstinaat en even daarna weer heel enthousiast, maar ook dit kan weer  ‘over the top’ zijn.  In deze fase van onze persoonlijkheidsontwikkeling, die ook wel de prepuberteit wordt genoemd, begint er een proces waarin het kind zich van ongedifferentieerd uitten naar een ‘aangepast’ gedrag leert ontwikkelen.

Wat er in feite plaatsvindt is dat dit het begin is van de zogenaamde Afscheiding, we nemen afscheid van het besef van Eenheid en zijn aan onze reis op Aarde begonnen, waarvan we niet weten hoe dit zich verder ontwikkeld. We zijn ons er ook niet van bewust dat we afscheid nemen van dit Eenheidsbesef, we zijn het innerlijk contact met onze Goddelijke Bron van Liefde vergeten en transponeren deze op onze aardse verwekkers, je moeder en vader.

Deze projectie, dat je lijkt afhankelijk te zijn van de liefde van je ouders is feitelijk het begin van de afscheiding en je identificatie met je lichaam en je ego persoonlijkheid. Je bent een afgescheiden individu en voelt je afhankelijk van de liefde buiten je en vindt dit ‘normaal’, zo gedraagt iedereen zich en doet zijn of haar best.

Voor ons incarnatieproces is dit een optimale situatie, want er vinden precies die omstandigheden plaats in relatie met je ouders, je gezin en de wereld waarin je leeft,  zo dat die emotionele zaken ‘geraakt’ kunnen worden die de innerlijke zelfveroordeling doet reactiveren, welke je mee hebt genomen uit vorige levens en een leidend beginsel vormt voor jouw incarnatieproces. 

“Ik ben niet een lichaam, ik ben vrij” (Eciw Wd.I.201).

Onze identificatie met het lichaam en het daaraan gekoppelde ego-bewustzijn maakt dat wij ons afgescheiden voelen van onze Goddelijke Bron. Bovengenoemde werkboekles gaat verder met  “Want ik blijf altijd wie ik ben, Zo schiep God mij.”( Eciw.W.dI .201.). 

Dit is dus de basale vergissing waar we ons in bevinden, denken een lichaam te zijn, echter dit misverstand kunnen we opheffen door de hulp van onze innerlijke Gids, Onze Ware Zelf, De Heilige Geest, als we bereid zijn naar Hem te luisteren.

Feitelijk is er nooit sprake ( geweest) van een afscheiding van onze Goddelijke Bron, het is onze eigen interpretatie die ons dit doet geloven, het gaat erom de juiste functie van ons lichaam te leren zien, namelijk een leer- en communicatie middel om optimaal te kunnen gebruiken in de leerweg die we hier gaan om ons weer te herinneren Wie we in Wezen Zijn; Zoon van God.

Zolang we de ogen van ons lichaam geloven en de projectie van de waarneming, die daar het gevolg van is, vertoeven we in de wereld van aanval en verdediging, en hechten we geloof aan onze onjuiste gerichtheid van onze gedachtes en hieraan verbonden emoties.

Het lichaam kan dienen om als aanval – en verdedigingswapen  te fungeren of je ziet met behulp van je innerlijke Leiding dat er les wordt aangeboden om Liefde te zien in plaats van angstwekkende beelden. Zolang we hier op Aarde vertoeven hebben we steeds deze keuze om te kiezen voor Liefde of angst en we zijn daar vrij in, want uitsluitend vanuit Vrijheid ga je zien dat je altijd al Vrij en in Waarheid verbonden bent.

“Ik  kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen” (Eciw.dII.284).

Wat we ons onvoldoende realiseren is dat we steeds opnieuw kunnen kiezen om in plaats van pijn en angst, voor Waarheid en innerlijke Vrede te kiezen. Als we lijden hebben we ons geïdentificeerd met ons lichaam en de gedachten die pijn doen serieus genomen in plaats van te zien dat ze een oproep vormen  om te zien dat we ons vergissen en Vergeving kunnen toepassen, zodat we ons weer kunnen herinneren dat onze ware Identiteit louter Geest en Liefde is.

We zijn nooit afgescheiden geweest en dood bestaat niet, pijn en het lijden vanuit oordelen voortkomend, vormen een inspiratie om steeds opnieuw vergeving toe te passen en dan ga je zien dat je Vrij bent, een autonoom Wezen van Liefde, in eenheid verbonden met alles wat Is in het Hier en Nu.

De perfectie van het imperfecte.

Vanuit ons ego bewustzijn is het niet te bevatten dat we een keuze maken om op Aarde te incarneren om daar een ervaringsweg door te gaan, waarin we ons ogenschijnlijk losmaken van de Eenheid en een wereld ingaan van lijden, goed en kwaad en allerlei ‘gedoe’ om de liefde buiten je te zoeken, wat uiteindelijk niet blijkt te werken en toch doe je dit.

Als we echter gaan Zien vanuit ons Hogere Zelf gaan we ontdekken, dat deze weg optimaal is voor ons bewustwordingsproces. De ‘omweg door de angst’  is perfect  als leerweg om al die facetten in je leven tegen te komen, waar je nog een oordeel op hebt, en deze zijn altijd geënt op een innerlijke zelfveroordeling.

Je hebt een tegendeel nodig om te ontdekken wat Liefde is en daarin fungeert angst en deze aardse wereld met al zijn tegendelen van goed en kwaad.

Van hieruit is het duidelijk waarom je niet kunt oordelen want je weet niet wat de diepere beweegredenen zijn, van wat er in jouw leven en in een andermans leven, of in de wereld afspeelt.

Wij gaan in Eenheid verbonden door een diep transformatieproces vanuit angst naar Liefde en hoe deze weg gaat weten we niet, daarin wordt gevraagd  om deze in overgave en vertrouwen te gaan, en alle vergissingen in je leven over te geven aan de Heilige Geest.

Hiervan uit leer je uiteindelijk zien dat deze in de Werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden en uitsluitend bedoeld waren tot het verkrijgen van Inzicht en Visie in de Waarheid die we Zijn.

Geef een reactie